
Ik schrijf dit vanuit mijn nieuwe plekje in het Beatrixoord in Haren. Op de laatste avond in het Martini Ziekenhuis werd er om 21.00 uur medegedeeld dat ik verplaatst zou worden naar een zaal met andere mensen. Dat viel best rauw op mijn dak, omdat ik van plan was vroeg te gaan slapen. De volgende dag zou ik immers verhuizen.
Het verplaatsen ging vrij snel, maar op de zaal merkte ik direct dat er een onrustige vrouw lag. Ze praatte veel en aan de manier waarop de verpleging op haar reageerde, merkte ik meteen dat dit een ‘bepaald type’ was. Dat bleek ook zo. Ze bleef de hele avond onrustig, was vergeetachtig en ging steeds discussies aan met de verpleging.
Dit zorgde ervoor dat ik een hele onrustige nacht had. In de ochtend merkte ik meteen weer waarom ik daarvoor alleen had gelegen. Ik werd direct overprikkeld door geluiden: de kraan, het gordijn dat heen en weer bewoog, andere mensen die praatten. Alles kwam binnen. Ik appte mijn man Koert: “Kom me hier alsjeblieft weghalen, ik wil weg.” Gelukkig duurde dat niet lang. Hij regelde mijn spullen, rolde me naar de auto en nadat ik iedereen had bedankt voor de goede zorgen van de afgelopen twee weken, vertrokken we.
Onderweg naar Haren was het gek om weer door de ‘bewoonde wereld’ te rijden. Aangekomen in het Beatrixoord werd ik goed ontvangen. Er stonden meteen allerlei gesprekken gepland. Omdat ik zo’n onrustige nacht had gehad en al overprikkeld was, kregen ze mij direct op mijn slechtst te zien: hoofdpijn, snel vermoeid en weinig ruimte voor gesprekken.
Op basis daarvan kreeg ik gelukkig een eenpersoonskamer toegewezen. De komende dagen zal ik vooral eerst op mijn kamer zijn. Normaal gesproken neem je later deel aan de gezamenlijke eetmomenten in de woonruimte, maar dat is een volgende stap. Nu nog niet.
Mijn eerste dag hier bestond vooral uit gesprekken en slapen, omdat ik zo uitgeput was. Vandaag werd ik een stuk uitgeruster wakker en begon mijn dag heel anders. Ik had opnieuw gesprekken, vooral kennismakingen, zodat ze vrijdag met alle specialisten een plan kunnen maken. Wat heeft prioriteit? Wat is handig? Ik heb hier zelf ook inspraak in.
Voor mij ligt de focus vooral op het cognitieve stuk. Overprikkeling ligt steeds op de loer. En als ik uiteindelijk weer naar huis wil, moet dat echt anders worden dan nu.
De komende dagen ga ik het rustig aan doen. Even landen hier, wennen aan de plek en langzaam wat verkennen. Er is veel mogelijk en ze doen hier echt hun best om het zo fijn mogelijk voor je te maken. Dat voelt heel prettig.
Ik heb te horen gekregen dat ik sowieso de komende drie weken hier blijf. Daarna kunnen ze waarschijnlijk beter inschatten hoe lang het totale traject gaat duren. Meestal beginnen ze dan met kleine stapjes: eerst een dag naar huis, daarna een dag met een overnachting. Dus ik zal nog wel even van huis zijn.
Voor ons als ouders is dit ook echt zoeken. De oudste twee vinden het lastig en maken zich zorgen, maar zij hebben gelukkig ook hun eigen moeder waar ze hun basis krijgen. Voor Liv is dit heel anders. We merken dat ze er moeite mee heeft en dat raakt me enorm. Daar word ik echt verdrietig van.
Koert werkt bij de GGZ als gezinsbehandelaar en heeft veel specialisten om zich heen. Hij gaat daarom ook advies vragen: hoe pakken we dit het beste aan? Hoe zorgen we ervoor dat Liv, maar ook de anderen, hier zo min mogelijk last van krijgen? Ook op de langere termijn.
Mocht je het leuk vinden om iets te sturen: ik heb hier een ander adres. Je mag mij altijd een berichtje sturen, maar ook Koert, Linde en mijn moeder hebben het adres. Hier hangt een groot leeg bord dat nog leuk gevuld kan worden. Altijd fijn!
Liefs,
Beau 🤍

Geef een reactie op Jannie Reactie annuleren