
Weer een nieuwe update. Laatst hebben Koert en ik samen een sessie gehad met een maatschappelijk werker over het verwerkingsproces rondom heftige gebeurtenissen. Er werd uitgelegd dat je in verschillende fases terechtkomt en daar wat tussen blijft slingeren. Zie de afbeelding hierboven. Eigenlijk doet iedereen dat in het leven wel, maar wanneer er iets ingrijpends gebeurt, valt het wat meer op.
Ik zei in dat gesprek nog dat ik zelf merk dat ik echt in een stijgende lijn zit. Ik dacht dat ik steeds meer accepteerde wat er gebeurd is en dat ik beter mijn grenzen kon aangeven. Maar deze vrouw legde ook uit dat je soms weer even terug naar af kunt gaan en opnieuw door die processen heen gaat. En ik merk dat dat afgelopen week gebeurde.
Vorig weekend sliep ik spontaan een nachtje thuis. Het was eerst de bedoeling dat ik vier uurtjes naar huis zou gaan. Zaterdagochtend liet ik nog weten dat ik er niet helemaal klaar voor was, dus stelde ik voor om zondag te komen. Maar na het eten op zaterdagavond veranderde dat gevoel en besloten we het spontaan toch te proberen. Koert kwam me halen met de kinderen en ik ging mee naar huis.
Ik deed wel extra voorzichtig en ging op bed toen Liv ook ging slapen. De volgende ochtend liep Liv zoals vroeger door de deur en kroop ze tussen ons in. Pfff, wat had ik dat gemist zeg! Daarna kropen Finn en Isa er ook bij en startten we zoals vroeger de zondagochtend met gebakken broodjes aan tafel. Wat was dat fijn om weer zoals vanouds zo te zitten samen!
We gingen nog even naar de speeltuin, dronken samen een kopje koffie en rond 11:00 werd ik weer teruggebracht. Ik was zo blij. Het was goed gegaan en het voelde allemaal zo goed. Ik was enorm enthousiast. Misschien wel té enthousiast..
Ik had ook de hele week al een idee in mijn hoofd en besloot dat uit te voeren: met de scootmobiel naar het dorp om een kapperschaar te halen bij de Kruidvat. Eenmaal terug besloot ik mijn eigen haar te knippen. Dat was zo leuk. Even bezig zijn met mijn haar, wat make-up opdoen. Gek hoeveel dat kan doen met je gevoel. Goede nachtrust heeft veel invloed maar na verlof en zo’n uitje was ik kapot en heb ik heerlijk geslapen van zondag op maandag.
Maandag begon de week weer met therapie. Tijdens ergotherapie zou ik naar het dorp fietsen, een boodschap doen bij de Jumbo en weer terug naar het revalidatiecentrum. Zo’n tochtje is misschien zeven minuten heen en terug. De heenweg voelde goed. Ik was opgewekt en kon nog kletsen tijdens het fietsen. Maar toen ik de supermarkt uitliep merkte ik dat mijn concentratie weg was. Ik moest meer nadenken over wat ik wilde zeggen. Kletsen tijdens het fietsen lukte niet meer, dus ik ging in volle concentratie terug.
Eenmaal terug was het heerlijk weer. Sinds vorig jaar heeft de afdeling hier een tuin, dus ik besloot daar in de zon te gaan zitten. Andere patiënten hadden hetzelfde idee en zo raak je toch in gesprek met elkaar. Ik voelde me oké. Bij de supermarkt had ik een verse carpacciosalade gekocht en daar genoot ik van. Maar toen begonnen de signalen: een wattig hoofd, duizeligheid en weinig concentratie. Ik besloot me terug te trekken.
De rest van de week heb ik daar helaas last van gehad. De klachten bleven. Achteraf zie ik natuurlijk dat ik na mijn verlof meer rust had moeten nemen. In plaats daarvan ging ik naar de Kruidvat en zat ik in de tuin. Allemaal extra’s naast verlof en therapie. Gewoon te veel dus. Dat uit zich dan in extreme vermoeidheid, een kort lontje en weinig ruimte voor meer dan de basistaken. En wat ik misschien nog het lastigst vind: een sombere gemoedstoestand. Ik zie minder positiviteit en raak sneller geïrriteerd.
De rest van de week betekent dat ik extra keuzes moet maken. Ik wandel graag een rondje om het gebouw, maar laat dat bijvoorbeeld zitten als ik ook zwemmen op de planning heb. Ik zwem geen baantjes maar loop door het water. Ik heb 30 minuten therapie maar stop na 20 minuten. En ik ga met de scootmobiel naar het zwembad in plaats van lopend. Alles om mijn batterij wat te ontlasten, want elke dag voelde alsof ik op mijn reserves zit.
Terwijl ik dit schrijf zie ik achteraf dat mijn emmer de afgelopen week ontzettend is volgelopen. Ik zeg steeds dat ik weer duidelijkheid krijg zodra ik klachten ervaar, maar ondertussen baal ik er ook ontzettend van. Onderhuids broeide er iets waar ik mij niet bewust van was, totdat er gisterenmiddag iets gebeurde.
Een medewerker bracht, zoals afgesproken, mijn lunch naar mijn kamer. Ik vroeg haar iets simpels: “Wil je mij voortaan melk brengen in plaats van thee?” In plaats van “prima hoor” zei ze: “Kan je niet voortaan zelf je lunch halen?” Omdat ze mij vaker op de afdeling zag, vond ze dat wel kunnen.
Op dat moment had ik net een hele ochtend besteed aan het bewaken van mijn energie en had ik de afgelopen dagen al van alles ervaren. Iets simpels zoals lunch halen is voor mij dan een hele opgave. Naar een ruimte lopen met andere patiënten, geluiden, interacties, handelingen… Daarom haal ik mijn ontbijt zelf maar wordt mijn lunch tot nu toe nog gebracht. Zodat ik daar nog niet te snel in ga.
Dat was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik werd geraakt omdat iemand mij niet zag in hoe erg ik eigenlijk aan het struggelen ben. Maar ook omdat ik zelf soms niet zie hoe hard ik aan het struggelen ben. Ik wil zo graag weer alles kunnen. Ik wil weer naar huis. Maar elke dag krijg ik de confrontatie waarom dat nog niet kan. Mijn ontslag is deze week met twee weken verlengd, omdat zowel zij als ik zien dat het nog te vroeg is om het normale leven weer op te pakken.
Er kwamen ongecontroleerd zoveel emoties los: huilen, frustratie, boosheid. Gevoelens die zich nog niet eerder zo hadden laten zien, maar blijkbaar wel heel erg nodig waren. Want ja, ik ben boos. Dit had nooit mogen gebeuren. Ik ben al twee maanden weg bij mijn gezin. Ik ben een patiënt die naar dagbesteding gaat en zo weinig kan, terwijl ik voorgaande jaren heb ervaren hoeveel er mogelijk was in het leven. Een soort gevangen gevoel.
Maar het was ook nodig om dat te erkennen en het er te laten zijn. Dat kon met hulp van iemand hier en dat luchtte enorm op. Ik heb de afgelopen tijd een deksel op de put gehouden en steeds tegen mezelf gezegd dat het allemaal wel goed gaat en dat ik er het beste van maak. Maar ondertussen gebeurd en onbewust toch nog een hoop.
Soms kijk ik naar andere mensen hier en heb ik zelfs weleens gezegd: “Heeft ze een bord voor haar kop ofzo?” omdat iemand dan tegenstrijdig gedrag liet zien. Maar nu moet ik dus bekennen dat ik dat zelf ook een heb. En denkend aan de slinger zit ik nu even in die neerwaartse spiraal. En zal ik straks echt weer die stijgende lijn ervaren. Maar volgens mij kan dat pas echt als ik ook ruimte geef aan de emoties die er zijn. En die heb ik nu toegelaten. Zolang ze er zijn, zijn ze er. Dan maar even een chagrijnige trien.
Gelukkig heb ik nu iets moois om naar uit te kijken: mijn eerste echte weekendverlof. Vrijdag tot en met zondag naar huis. Dit keer zonder de bonuskinderen. Samen met Koert en Liv. Gewoon even thuis. Even weg van hier. Ik heb er zo’n zin in.
En als ik terug ben, neem ik de rust die nodig is en plan ik niet te veel extra dingen. Ik heb er weer iets van geleerd. Ik ben blijkbaar toch zo iemand die eerst moet voelen en daarna pas leert. Altijd al geweest, haha.
Liefs,
Beau

Plaats een reactie