
Afgelopen zondag ben ik voor het eerst met verlof gegaan. Ik koos ervoor om naar mijn moeder te gaan, omdat zij op tien minuten van het revalidatiecentrum woont. Als ik terugkijk naar hoeveel impact de reis van het ziekenhuis naar het revalidatiecentrum had, leek mij dit een verstandige keuze. Samen met mijn broer en schoonzus ben ik gegaan.
Op de dag zelf ervaarde ik al het één en ander. Met meerdere mensen tegelijk zijn, gesprekken die moeilijk bij te houden waren. Als er door elkaar werd gepraat, ervaarde ik echt error. De autorit vroeg ook veel van me. Soms deed ik mijn ogen dicht om me even af te sluiten. Toen ik na 2,5 uur weer terugkwam, ben ik direct gaan slapen om bij te komen. De rest van de avond ging op zich oké, maar ik was onrustig en kon slecht in slaap vallen. Veel onrust in mijn lichaam en hoofd.
De dag erna merkte ik pas echt de overprikkeling van zondag. Kort lontje, weinig concentratie en alles wat ‘extra’ was naast de basis zoals ademhalen, lopen, van A naar B gaan, was teveel. Het werd duidelijk dat de reactie een dag later komt. Ik had kunnen denken dat dit alleen maar vervelend en negatief was, maar ik draaide het om naar: er is weer iets duidelijk geworden over hoe mijn systeem nu reageert.
Dinsdag ging het ondanks een slechte nacht, wel wat beter. Ik had samen met Koert een gesprek bij de maatschappelijk werker. Daarna bleef Koert ook wat langer. Het is ook zo gek voor ons als stel. We staan allebei in een soort overlevingsstand. Het was fijn om weer even één-op-één tijd te hebben. Achteraf gezien had ik die dag misschien meer als rustdag moeten gebruiken, want doordat ik toch wat extra deed, ging het de rest van de week minder.
Vorige week had ik juist een paar goede dagen. Ik sliep goed, deed mijn therapieën en nam mijn rust. Daardoor voelde ik me optimistisch. Soms dacht ik zelfs: nou, ik ben er wel klaar voor, let’s go. En dan merkte ik dat ik wat ongeduldig werd.
Nu ik nog steeds de naweeën van zondag voel, begin ik te realiseren dat het misschien juist de bedoeling is dat ik de acceptatie vind in die stabiliteit en rust van vorige week. In zo’n stabiele week is mijn gemoedstoestand positief en zie ik sneller mijn overwinningen. Nu hoor ik weer sneller de negatieve stemmen. Ik voel lage energie, weinig zin. Mezelf ergens toe zetten kost veel meer.
Die onrust die ik vorige week voelde terwijl alles stabiel was, is eigenlijk iets bekends in mijn leven. Mijn lichaam is gewend om op onrust te navigeren. Al van jongs af aan. Maar als ik nu ervaar wat het me kost wanneer ik over mijn grenzen ga, weet ik: het is het niet waard.
En ja, dit geldt voor nu. Straks komt er een moment dat ik weer naar huis ga. Dan zal het misschien soms standaard voelen als overvraging. Maar dat ik nu steeds meer duidelijk krijg wat ‘extra’ is, laat ook zien hoe ik mijn leven straks mag gaan indelen. Welke keuzes ik bewust en onbewust wil maken. Ze helpen mij hier om straks weer goed thuis te kunnen functioneren. Dat is het allerbelangrijkste. De rest is voor later.
Afgelopen week was eerlijk gezegd gewoon ruk. Ik heb weer ervaren hoe het is om een paniekaanval te hebben. Veel onrust in mijn lichaam. Bij de normaalste taken ervaarde ik kortsluiting.
Donderdag moest ik een test doen waarbij ik zes minuten lang tussen twee pionnen liep die vijftig meter uit elkaar stonden. In een gang waar andere therapeuten en patiënten liepen. Na een tijdje begon ik slechter te lopen, verloor ik mijn concentratie, werd ik overweldigd door geluiden en kreeg ik kortsluiting toen ik telkens rekening moest houden met mensen die langs kwamen. Ik brak in tranen uit. Het is soms zo confronterend.
De rest van de dag lag ik met hoofdpijn in bed en heb ik geslapen. Op zulke momenten kijk ik uit naar die rustige, optimistische dagen. Het is dan echt lastig om positief te blijven. De energie is er bijna niet voor.
Mijn prioriteit ligt nu weer bij het aanvullen van mijn batterij. Ik heb de therapie afgezegd voor vandaag. Ik neem tijd op weer op te laden. Je kunt zo’n week zien als: wat een kloteweek. Maar je kunt ook zien hoeveel er duidelijk is geworden. Het is maar net hoe je het bekijkt.
Liefs,
Beau 🤍

Plaats een reactie